
Wie voor het eerst de lijst met
de activiteiten van
Martin De Haeck in handen krijgt, zal
zonder twijfel
even met de ogen knipperen. Is dit, in het kort
samengevat,
de prestatie van maar n enkele man?
Of gaat het hier om de productie van een
heel team?
De op 3 maart 1938 in Antwerpen geboren Martin
De Haeck is
wa*****ijnlijk n van de bezigste bijen
op muzikaal gebied in onze contreien.
Wat heeft
die man in zijn loopbaan al een productiviteit aan de
dag
gelegd. Een loutere opsomming ervan zou al
een paar pagina s van ons
SABAM-Magazine in beslag
nemen. Dit is een poging om u enig inzicht
te
geven in de gevarieerde bedrijvigheid van deze
componist en
arrangeur.
Arrangementen
De Haeck arrangeerde niet
minder dan een duizendtal
titels voor Vlaamse en Nederlandse zangers.
Bij
de Vlamingen zijn de namen terug te vinden van
ondermeer Joe Harris,
Jimmy Frey, Jacques
Raymond, Ann Christy, Danny Fabry, Samantha,
Claire,
Bob Benny, Henk Van Montfoort, Anja, Mieke,
Karl Herberger, Henk De Bruin,
Louis Neefs, Eddy
Wally, Johan Stollz en nog vele anderen.
Een greep uit
de lijst van de Nederlandse artiesten
levert volgende namen op:
The
Shorts, Vader Abraham, Bonny St Claire, Astrid
Nijgh, Henk Wijngaard, Ronny
Tober, Nico Haak,
Bruno Majarek, Ria Valk, The New Four, Johnny
Hoes,
enzovoort.
Martin De Haeck verzorgde ook een aantal arrangementen
voor
kamerorkest op pianowerken van
diverse componisten. Voor alle duidelijkheid
wat
namen: F. Mendelssohn-Bartholdy, A. Borodin, A.
Goedicke, N. Rimsky
Korsakov, I. Albeniz, F. Bridge,
J. Massenet, G. Bizet, H. Lichner, J.
Brahms, A.
Scriabin, S. Coleridge Taylor en V. Rebikov.
Op zijn naam staan
ook heel wat arrangementen
voor televisieprogramma s van de BRTN. Om
er
maar een handvol te citeren: Canzonissima, Gouden
Sirene, Mezza Musica,
Knokke-Cup, Hit Hit
Hoera, Lied van mijn land.
Niet te vergeten, ook
de
opera- en belcantobewerkingen van Verdi,
Puccini en Wagner voor opname van Jo
Nell.
Andere activiteiten
Naast de eerder genoemde
namen en titels was
Martin De Haeck ook nog actief als componist
en
arrangeur voor verschillende videofilms in het documentaire
genre. Als
componist is hij lid van SABAM
sinds 1960. Hij zat ook in diverse
SABAM-commissies,
zoals voor Mechanische Reproductierechten,
Perceptie en
de Werkgroep voor Uitgevers. Voorts
was hij bestuurslid van de Belgische
Artistieke
Promotie van SABAM, van BOP ( Union Professionnelle
des
Producteurs Ind pendents of Beroepsvereniging
voor Onafhankelijke
Producenten)
en van Uradex.
De Haeck was eerder eigenaar van de
platenfirma
Limbophone, met als label Limbo en is nu eigenaar
van de
muziekuitgeverijen Chackay Music en
Amay Music. Sinds 1960 is hij bedrijvig
in de platenbusiness
als componist en arrangeur. In deze
laatste functie
is hij tegenwoordig vooral actief in
het buitenland.
Bron: SABAM

Jevgenijs
Pastuhovs (1984, Oekraïne) begon accordeon te spelen op z’n achtste. In 2006
behaalde hij z’n bachelor op de Latvian State Music Academy in Riga. Datzelfde
jaar deed hij mee aan het Socrates- Erasmus uitwisselingsprogramma van het ArtEZ
Conservatorium te Enschede. Hij bleef in Nederland studeren en begon aan zijn
mastersopleiding op de Messiaen Academie bij Egbert Spelde. Ook volgde hij
masterclasses in Italië bij professor F. Lips and C.
Jaccomucci.
Jevgenijs Pastuhovs deed mee aan verschillende
accordeonconcoursen en won daarbij meerdere prijzen. In 2010 werd hij derde bij
het Nederlandse Accordeon Concours in de categorie Solisten en zelfs eerste in
de categorie Kamermuziek.
Jevgenijs heeft een speciale interesse in
hedendaagse muziek en probeert componisten aan te zetten tot het schrijven van
accordeonmuziek. Maar bovenal probeert hij ervoor te zorgen dat de accordeon met
dezelfde achting wordt beschouwd als bij andere klassieke instrumenten het geval
is.
Wie de accordeon nog steeds
associeert met kermisorgelklanken, loopt behoorlijk achter. De piano du pauvre
doet het goed bij het begin van een nieuw millennium. Argentijnse tango,
zigeunermuziek uit de Balkan, swingende Ierse volksdeuntjes, Taarab-muziek uit
Kenia en squashbox uit Zuid-Afrika, accordeonmuziek die elke keer in de cafés en
de straten van de volkswijken ontstond. En laat het nu uitgerekend dat zijn
waarnaar we vandaag verlangen. .We schrijven einde negentiende eeuw. Duitse en
Tsjechische migranten stromen de grensstreek van Texas en Mexico binnen. Met hun
kennis en hun handen zullen ze hier een spoorweg uit de grond stampen of een
bestaan opbouwen rond de mijnen. In hun bagage dragen deze migranten dierbare
herinneringen en heimwee mee. Eén instrument combineert beide: de accordeon. Na
een zware werkdag worden op de tonen van dit blaasbalginstrument Europese
polka’s, walsen en mazurka’s gedanst. De Mexicaanse arbeiders gaan al gauw de
Europese accordeonklanken met hun eigen traditionele muziek vermengen. Zo wordt
de Tex Mex geboren, die de voorbije jaren door groepen als Los Lobos in een
moderne versie de wijde wereld werd ingestuurd.
Een draagbaar
orkest
Het was nog niet zolang geleden dat dezelfde accordeon de
straten, cafés en danszalen van de Europese volkswijken veroverde. Ontstaan rond
1830 in Duitsland ontketende de accordeon al snel een ware rage bij de lagere
klassen. Toen Italië, Frankrijk en Duitsland in de tweede helft van de
negentiende eeuw het instrument in massa begonnen te fabriceren, kon elke
would-be muzikant een goedkoop exemplaar op de kop tikken. In Parijs creëerden
de immigranten uit de Auvergne er het Bal Musette mee. In Italië danste het volk
op de tonen van de accordeon de tarantella. In Engeland speelde de concertina,
een kleine accordeon met een specifieke klank, ten dans. En volgens een oud
Frans accordeonboek bezat in België rond de eeuwwisseling bijna elk gezin een
accordeon, naargelang de streek harmonica, trekzak of zelfs open en toe of tire
tire pousse genoemd. 'Aanvankelijk was de accordeon een klein, niet al te zwaar
instrument, gemakkelijk om overal mee naartoe te nemen', verklaart Etienne Bours
de populariteit. Bours is journalist wereldmuziek en stelde voor de Mediatheek
van de Franse Gemeenschap een uitgebreide catalogus over accordeonmuziek in de
wereld samen. 'Bovendien is een accordeon eigenlijk een orkest op zich. Het is
een echt solo-instrument waarmee je gemakkelijk een hele zaal kunt doen dansen.'
Sommigen hebben nog een andere verklaring voor het succes: de accordeon benadert
als geen ander instrument de menselijke stem. De blaasbalg is als het ware de
adem die de accordeon afwisselend gepassioneerd, getormenteerd, vrolijk en
triest doet klinken. Het instrument drukt dus perfect alle menselijke gevoelens
uit.
Van goedkoop vertier tot
saloninstrument
Toen de Europeanen zich verspreidden over de
verschillende continenten, namen ze de accordeon en zo een stuk van hun
volkscultuur mee. Etienne Bours vindt het heerlijk dat het instrument in zowat
alle uithoeken van de wereld is terechtgekomen. Van Sudan, Kenia, Zanzibar en
Madagascar, over de voormalige Sovjetunie en China tot bij de Innuit en de
indianen van Colombia en Argentinië. In elke streek is aan de aankomst van de
accordeon en de muziek die de bevolking ermee maakte een ander verhaal
verbonden. Zo vinden we bij de Zoeloes en Sotho's in Zuid-Afrika de concertina
terug. Ze kwamen ermee in contact toen ze vanaf 1870 hun dorpen verlieten en
naar de goudmijnen trokken. De arbeiders mochten hun gezinnen niet meenemen maar
om de sociale vrede te bewaren werd hen wel enig vertier gegund. Daarom verkocht
men in de winkels van de mijnen heel goedkope instrumenten, zoals de gitaar en
de concertina, die de Zuid-Afrikanen squashbox doopten. Met de slepende tonen
van de concertina begeleidden ze hun traditionele liederen en dansen. Tijdens
het apartheidsregime was de dansmuziek van de squashbox op een bepaald moment
uiterst populair bij de arbeidersklasse, terwijl de Afrikaners er hun neus voor
ophaalden en zich liever spiegelden aan de toenmalige Europese trends. Heeft de
concertinamuziek van Zuid-Afrika nooit de wereld veroverd, de
tango-met-bandoneon uit Argentinië deed dat wel. De bandoneon, een type
accordeon van Duitse oorsprong, arriveerde eind negentiende eeuw in Buenos
Aires. Die stad werd bevolkt door Andalusiërs, Basken, Duitsers, Engelsen en
Italianen. In het centrum werden opera, Europese walsen en Argentijnse regionale
liederen geprogrammeerd. In de cafés van de lager gelegen volkswijken ontstond
stilaan een eigen stadsmuziek, de tango, aanvankelijk gezongen muziek met
poëtische teksten gebaseerd op volksgedichten en begeleid op bandoneon en
gitaar. Later werd de tango vooral instrumentaal en stond de klank van de
bandoneon centraal. Toen de muzikanten het artistieke pad opgingen en zoals
Astor Piazzolla met jazz en klassiek flirtten, werd de tango alom gerespecteerd
en haalde de bandoneon de deftige salons en klassieke concertzalen.
In de
twintigste eeuw verruilde ook de gewone accordeon de cafés en de straat soms
voor de concertzaal. 'Men ging steeds meer "intellectuele" accordeons bouwen die
aan de toenemende eisen van de muzikanten moesten voldoen', aldus volksmuzikant
Hubert Boone, die voor het Brusselse Instrumentenmuseum onderzoek deed naar
volksmuziek. Het ging dan vooral om chromatische accordeons die in tegenstelling
tot hun diatonische voorlopers de meest ingewikkelde klassieke partituur
aankunnen. De piano du pauvre ging Bach en Vivaldi te lijf en werd ook een stuk
duurder. 'Het klopt dat de accordeon niet overal zo’n eenvoudig volks instrument
is gebleven. In Rusland heb ik de accordeon het meest als een volks instrument
ervaren. In elke kolchoz vond je wel een paar eenvoudige accordeons en een
heleboel mensen die er volksdeuntjes op konden
spelen.'
Veelkleurige knipperlichten
Toch werd de
accordeon nooit echt populair in klassieke middens en jazzmilieus en na de
Tweede Wereldoorlog bereikte het imago van de trekzak in Europa zelfs helemaal
een dieptepunt. Etienne Bours legt de oorzaak daarvan vooral in Frankrijk waar
de musette evolueerde naar een soort variétémuziek. 'Zeer virtuoos, maar
eigenlijk pure kitsch. Dat weerspiegelde zich in de instrumenten: veel artiesten
speelden op accordeons met flikkerlichten of andere sentimentele versiersels.
Dat heeft een groot deel van het publiek een afkeer doen krijgen, de accordeon
was niet nobel meer.' Nu wereldmuziek makkelijk op cd te verkrijgen is, heeft
het publiek opnieuw de schoonheid en vooral verscheidenheid van de accordeon
ontdekt. Jonge muzikanten in en buiten Europa werpen zich opnieuw op het
instrument, terwijl hun ouders vaak rockmuziek speelden op gitaar. In Colombia
zijn de accordeonisten die de vallenata vertolken, een muziek gebaseerd op
merengue en Afro-Cubaanse klanken, razend populair. In Canada doen jonge
accordeonisten de cajunmuziek herleven en in alle Europese steden duiken
zigeuners met hun grote piano-accordeons op. Voor Etienne Bours is het zeker:
'De accordeon zal niet alleen populair blijven, hij zal ook wereldwijd blijven.'
Wijlen Serge Gainsbourg wist dat al in zijn ode aan de trekzak: 'God, wat is het
leven wreed / voor de zanger op de straat / zijn vriend en compagnon / is de
accordeon.'

"Hij speelde
accordeon, alleen voor ons twee...' Wat Albert Hennebel (74) uit Vlamertinge
betreft, zat Luc Steeno er twee keer naast: hij speelt nog altijd accordeon, al
68 jaar, én hij doet dat telkens voor meer dan twee, voor véél meer: Ik weet met
hoeveel auto's ik heb gereden in mijn leven ; een stuk of twaalf maar hoeveel
accordeons ik heb gehad? Veel, héél veel.
Als de deur van zijn
woning in de Paupersstraat in Vlamertinge opengaat, blijkt Albert Hennebel (74)
er piekfijn op te staan: een hemd dat zo lijkt weggeplukt uit de kast van Elvis
Presley en een kapsel dat evenzeer van The King; had die nog geleefd ; had
kunnen zijn. En, niet onbelangrijk in mijn stiel: een vlotte babbel heeft hij
ook. Albert, niet Elvis.
Google zegt onder meer het volgende over Albert
Hennebel : 'een monument in de accordeonwereld', 'een
boegbeeld'
Dat zijn lovende woorden, niet?
Albert
Hennebel: ;Da's zeker dadde. Ik zit er dan ook al vele jaren in. Voor mij is dat
eigenlijk al lang geen nieuwtje meer. Hoorde ik vroeger een liedje van mezelf,
dan kon ik daar echt van genieten. Mettertijd is dat een gewoonte geworden. Niet
dat ik mezelf nu nog zo veel hoor: nergens nog zie je jukeboxen staan en op de
radio? Op de vrije radio's zouden ze er nog eens een durven draaien, maar op de
BRT;
Treedt u nu nog vaak op?
Maar jaak, gij!
Natuurlijk is dat een beetje in periodes, maar nu is het vrij druk
zelfs.
Wat voor publiek zit of staat er dan voor uw
neus?
Tja, de hele joenge zijn dat niet meer natuurlijk. Al durft
het wel eens te gebeuren, bijvoorbeeld op een privéfeest, dat er een paar jonge
gasten tussen zitten. Dan zie ik ze toch loeren. Omdat ze het graag horen, hé.
Maar ja, hoe gaat dat met de jeugd: de een volgt de ander en ze durven dat niet
zeggen tegen elkaar, dat ze dat graag horen. Da's hun instrument niet,
hé.
Nochtans is de accordeon bezig aan een comeback, zou je zo
denken?
(knikt) Dat heeft surtout te maken met Frankrijk. Ik krijg
hier elke maand een boek uit Parijs en dat staat altijd vol met jonge gasten.
Vergeleken met België draait dat daar formidabel! Die komen ook vaak de grens
over, om hier te spelen. In Geluveld bijvoorbeeld komt Eric Bouvelle, dat is de
wereldkampioen.
Hoe wordt iemand wereldkampioen
accordeonspelen?
Ah, dat zijn de uitersten, hé. Aan een WK heb
ikzelf nooit deelgenomen, wel aan andere wedstrijden. Ik ben nog kampioen van de
Benelux geweest. Hoe lang dat geleden is? Pfft. Ik was toen nog een joenk
gastje. Dat was in Jambes, bij Namen ligt dat. Maar wanneer dat was? Ik zou
moeten zien naar mijn diploma; (rekent het uit) Dat zal ergens in 1958 of '59
geweest zijn.
Maar dat WK: is dat om ter snelst spelen, om ter
mooist;
(onderbreekt) Er zit daar een jury die iedereen beoordeelt en dan is
het kwestie van zo weinig mogelijk kemels te schieten....

Accordeon is mijn
passie
Jef Claes bezit grootste verzameling van
Europa
Balenaar Jef Claes (63) is al van kindsbeen af gepassioneerd door
accordeons. 'Ik bezit meer dan 250 werkende accordeons', zegt Jef. Tijdens Balen
jaarmarkt, op zondag 9 en maandag 10maart, stelt Jef 125 van zijn unieke
muziekinstrumenten tentoon.
Als kleuter was Jef Claes uit Balen al
begeesterd door de accordeon. 'Volgens mijn ouders vroeg ik al vanaf mijn vier
jaar een accordeon', zegt Jef. 'Na veel wenen kreeg ik op mijn zesde mijn
droominstrument. Ik volgde lessen, maar ook dat liep niet van een leien dakje.
Mijn eerste leraar vertelt me nog vaak dat ik klaagde als ik een stuk niet kon
spelen.'
Maar die onkunde is ondertussen veranderd in een heuse
professionaliteit. Jef Claes geeft vandaag accordeonles en hij red ook oude
accordeons van de tand des tijds. 'Ik ben op zoek naar alle instrumenten van
voor 1950', zegt de muzikant. 'Ik bezit meer dan 250 werkende accordeons.
Daarnaast heb ik ook nog een vijftigtal exemplaren die ik gebruik voor
wisselstukken. Via een vriend heb ik al veel accordeons in het buitenland kunnen
bemachtigen. Ik mis alleen nog Scandinavische exemplaren, maar daar hoop ik in
de zomer verandering in te brengen.'
Jef pluist tijdschriften uit en
struint beurzen af op zoek naar unieke accordeons. Zijn oudste accordeon dateert
uit 1830. Het gaat om een exemplaar uit Londen. 'De Chinezen vonden het principe
van de doorslaande tongen al drieduizend jaar geleden uit', zegt Jef. 'De
accordeon is gebaseerd op een raampje met daarin een gat waarin een tong
beweegt. Deze tong produceert ongeveer 440 trillingen per seconde. In het Westen
gebruikte vooral de bourgeoisie de accordeon als begeleiding voor kerkelijke
gezangen.'
Wie graag een deel van de blinkende muziekinstrumenten wil
bewonderen, kan op zondag 9 en maandag 10maart de tentoonstelling van de
heemkundige kring van Balen bezoeken. Jef Claes stelt er dan 125 unieke
accordeons tentoon. 'Het zal de eerste en de laatste keer zijn dat ik mijn
muziekinstrumenten uitstal', zegt Jef. 'Daarna verdwijnen ze voorgoed weer in
mijn verzameling. Mijn grootste wens is dat deze verzameling altijd bijeen zal
blijven. Hopelijk komen de accordeons terecht in een museum. Dan kan iedereen
ervan genieten.'

Kevin van den Eijnden uit
Kerkrade, die al op jonge leeftijd met het oefenen op de steirische harmonica is
begonnen, heeft op 6 september 2009 de 2e plaats gehaald op het Limex Midische
Concours in het Oostenrijkse Kolsass.
Dat dit een prestatie van formaat
is blijkt wel uit het gegeven dat Kevin uit een deelnemersveld van 18 spelers
alleen in wereldkampioen Michael Rettig zijn meerdere heeft moeten
erkennen.
De deskundige jury bestond onder andere uit Hubert Klausner en
3-voudig wereldkampioen Dennis Novato. Hubert Klausner, de bekende harmonica
docent uit het Zillertal, roemde de totale performance van
Kevin.
Opmerkelijk was het zeer hoge niveau van de deelnemers. Ook het
gemak waarmee ze op de Limex Midische (een digitale steirische harmonica zonder
tongen) speelden was ongelooflijk.
Kevin: deze digitale steirische
harmonica speelt super licht en zelfs de snelste loopjes waren geen enkel
probleem. De Midische spreekt heel goed aan. Complimenten voor Limex!
Het
team van deze Oostenrijkse firma, die al sinds jaar en dag leider isop het
gebied van
midi- en microfoonsystemen, is onlangs versterkt door onze
oud-medewerker Loui Herinx!

De hele Jordaan was naar
Amstelveen uitgerukt om Danny Malando en zijn orkest te zien. De Amsterdamse
buurt is de thuishaven van de orkestleider en dat was te merken. Het is dan ook
opmerkelijk dat Malando, die eerder in een uitverkocht Tuschinski, Concertgebouw
en Carré stond, in zijn huidige tournee Amsterdam aan zich voorbij moet laten
gaan.
Dankzij de grote schare vaste fans zat de stemming er al snel goed
in. Een stamgast van café Papeneiland, aan de rand van de Jordaan, lijkt zo nu
en dan te denken dat het publiek voor hem is gekomen. Joop heeft nogal veel
aandacht nodig. Maar geen moment werd dat extreem storend. Malando weet er zelfs
nog een paar grappen over te maken. Zijn twaalfkoppige orkest, met zes strijkers
en drie accordeonisten, doet wat het moet doen. Populaire klassiekers spelen op
een manier die in Nederland ongeevenaard is. Ooit opgericht als tango-orkest,
maar inmiddels passeren ook de rumba en de chachacha de revue. Gelukkig is er
ook ruimte ingebouwd voor rustige nummers. Zo speelt Gert Wantenaar het
geweldige Moon River van Henry Mancini op de bandoneon. Malando zelf speelde
tijdens het nummer gitaar en percussie. Het overbekende True Love krijgt later
op de avond een andere dimensie als het op trompet wordt gespeeld.
Als
de danssalon wordt geopend, komt er direct een echtpaar het podium op. Snel
gevolgd door nummer twee. Van de hele schouwburg krijgen de eerste vier dansers
een applaus.
Pianist Huug den Ouden, die jarenlang werkte met Toon
Hermans en Dorus, weet de zaal muisstil te krijgen als hij als een ware
vingerfluiter Droomland inzet. Het publiek weet niet wat-ie ziet&hellip.
Voor bijna elke muzikant is een speciaal plekje in de show ingebouwd. Zo krijgt
concertmeester Ernö Olah enkele solo’s op zijn viool en mag Dominique Paats
zijn kunsten op accordeon laten zien. Vocaal wordt Malando bijgestaan door
Rebecca Lobry die in loepzuiver Spaans en Portugees de zaal aan haar voeten
krijgt. “In Brazilië denkt iedereen dat ze Braziliaanse is en dat begrijp ik
goed”, lacht Malando.
Speciaal voor zijn moeder die in Amstelveen in de
zaal zit speelt Danny de klassieker Olé Guapa, wat mooi meisje betekent. “Het
lied is geschreven door mijn grootvader”, licht de orkestleider toe. “Speciaal
voor een mooi meisje.” Het nummer is wereldwijd een succes geworden, niet gek
voor een poldertango.
Toeren is toch het leukste wat er is”, verzucht
Malando. “We doen nu een tournee van drie maanden, maar wat mij betreft mag het
veel langer duren. Dit is waar je het voor doet.”
Een Amsterdamse medley
is onvermijdelijk, zeker als je weet dat Malando plannen heeft om in 2010 met
zijn orkest een optreden te geven op zijn eigen Noordermarkt. Ik weet een ding
zeker: als dat plan lukt, wordt het dringen geblazen, want aan fans uit de
Jordaan heeft Malando geen gebrek.

Jaarlijks vindt in Amstelveen
het solistenconcours plaats voor accordeonisten. Drie deelnemers sprongen er
volgens de jury dusdanig uit dat ze in aanmerking kwamen om een concert te
verzorgen tijdens het internationaal Festival Het Accordeon 2010. De twee die
daadwerkelijk een concert gaan verzorgen zijn: Jevgenijs Pastuhovs en het
Kamermuziekduo Vincent en Jeanine van Amsterdam.
Jevgenijs Pastuhovs komt
uit Letland, waar hij het conservatorium heeft gedaan. Op dit moment studeert
hij bij docent Egbert Spelde aan het Artez Conservatorium. Jevgenijs heeft een
flinke muzikale carrière erop zitten. Zo heeft hij tijdens internationale
concoursen prijzen gewonnen, heeft hij als solist opgetreden bij
symfonie-orkesten, was hij lid van verschillende kamermuziekensembles en speelde
hij diverse malen voor de radio. Een groot talent.

"In order to achieve similar
effects, Pink Floyd needed a support of huge equipment, whereas the Motion Trio
needs just three accordions". Commentaar op het Motion Trio, een band die in de
laatste tien jaar de wereld heeft veroverd. Deze Poolse accordeonisten hebben de
koppen bij elkaar gestoken voor een heel bijzonder gezelschap. Om te voorkomen
dat iemand zou denken dat hier enkele synthesizers aan het werk zijn, hebben ze
voor de zekerheid "Acoustic Accordeons" op de omslag van hun CD "Play-Station
Asphalt Tango" gezet. De heren klinken als één instrument. Ongelooflijk virtuoos
gespeelde, bombastische, zeer ritmische muziek waarin invloeden van
Balkanmuziek, minimal music, de natuur en een goed lopende
machine.
Overal waar ze optreden krijgen ze positieve kritieken van het
publiek én van de pers. Ze hebben op elk continent hun sporen achtergelaten en
zijn nog lang niet klaar met ontdekken wat de mogelijkheden zijn. Ze hebben
samengewerkt met o.a. Michael Nyman, Bobby Mc Ferran en Trilok Gurtu. "We willen
nieuwe geluiden uit het instrument krijgen, waarbij het niet gaat om het breken
van tradities, we willen gewoon verrassen en geluidsextravagant
zijn."
Bezetting: Pawel Baranek, Marcin Galazyn en Janusz Wojtarowics
(accordeon)